Gids · warme handschoenen
Welke handschoenen zijn het warmst?
Het Heathglow-team · bijgewerkt op
Warme handschoenen houden de kou buiten. Verwarmde handschoenen maken zelf warmte. Welke voor jou het warmst zijn, hangt af van wat je doet, hoe lang je buiten bent en of je vingers al koud zijn als je vertrekt.
Zo werken gewone warme handschoenen
Thermohandschoenen, wollen wanten en gevoerde skihandschoenen werken allemaal op dezelfde manier: ze vertragen het warmteverlies van je hand. Dat gaat goed zolang je hand zelf genoeg warmte maakt, bijvoorbeeld als je stevig doorwandelt.
Sta je stil, houd je een koud stuur vast in de wind of zijn je vingers al koud als je ze aantrekt, dan valt er weinig warmte vast te houden. Je vingertoppen merken dat als eerste.
Wanten of vingerhandschoenen?
Wanten zijn bij dezelfde dikte meestal warmer dan vingerhandschoenen, omdat je vingers elkaar warm houden. Het nadeel is dat je er weinig mee kunt. Remmen, sleutels pakken of je telefoon gebruiken gaat lastig. Daarom kiezen veel mensen toch voor vingerhandschoenen en nemen ze koude vingertoppen voor lief.
Waar dikte ophoudt
Meer isolatie helpt tot op zekere hoogte. Heel dikke handschoenen worden stijf, je voelt de hondenriem of je remgrepen minder goed en ze passen slecht in je jaszak. En ook de dikste handschoen maakt geen warmte: koude vingers blijven daarin koud.
Wat verwarmde handschoenen anders doen
Een verwarmde handschoen heeft een dun verwarmingselement en een oplaadbare accu. Je zet hem aan wanneer je het nodig hebt en kiest zelf hoe warm. De verwarming loopt langs alle vijf vingers en over de rug van je hand. Je kiest uit drie warmtestanden, van ongeveer 45 tot 65°C.
Elke handschoen heeft een eigen accu. Die gaat circa 5 uur mee op de laagste stand, 4 uur op de middelste en 3 uur op de hoogste. Bij vorst of wind is dat ongeveer 15–40% korter. De buitenkant is van waterafstotende, windbestendige softshell met fleece aan de binnenkant, en je telefoon werkt met de touchscreen-vingertoppen.
Eerlijk gezegd: zachte warmte, geen kachel
Ze zijn gemaakt voor gewone winterdagen van ongeveer 0–10°C, met wind en motregen. Ze geven zachte warmte, maar zijn geen kachel. Voor werk in een vrieshuis, hele dagen skiën of temperaturen onder ongeveer −10°C zijn ze niet bedoeld. Begin op de laagste stand en zet hem alleen hoger als dat nodig is.
Welke handschoen past bij jou?
- Je beweegt veel en bent kort buiten: goede thermohandschoenen of wanten zijn meestal genoeg.
- Je staat lang stil, bijvoorbeeld langs de lijn of bij de bushalte: verwarmde handschoenen helpen het meest, omdat je hand dan zelf weinig warmte maakt.
- Je fietst elke dag naar je werk: verwarmde handschoenen op de laagste stand houden je vingers onderweg warmer.
- Je hebt snel koude vingers, ook als de rest van je lijf warm is: kies voor warmte tot in je vingertoppen.
